Het Bruegelhuis: een gemiste kans?

Afgelopen week kondigde de pers het al aan: het zou weleens kunnen dat het Bruegelhuis er niet komt in 2019. Het project werd al geruime tijd voorbereid door de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten en zou klaar zijn tegen de 450ste verjaardag van het overlijden van de beroemde schilder Pierre Bruegel. Het vlaggenschip-project van deze herdenking zou volledig financieel gedragen worden door de Koninklijke Musea en Toerisme Vlaanderen, maar wordt nu ‘on hold’ gezet door de federale regering wegens administratieve redenen. De vrees bestaat dus dat het Bruegelhuis niet op tijd klaar zal zijn.  De Stad betreurt alweer een gemiste kans voor Brussel. 

Op maandag werd in de media bevestigd wat de Koninklijke Musea al langer vreesden. Tenzij de federale regering radicaal van koers verandert, zal het Bruegelhuis er wellicht niet komen in 2019. In 2019 is het nochtans precies 450ste geleden dat de Brabantse schilder Pieter Bruegel overleed, in 1569. Deze verjaardag wordt met veel vertoon gevierd in Wenen, waar één van de grootste schilderijencollecties van de schilder te zien zal zijn. Maar ook Anvers en Brussel nemen deel aan de feestelijkheden. De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten beschikken immers over de tweede grootste collectie schilderijen van de schilder.

Sinds enkele jaren werkten de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten aan de opening van het Bruegelhuis. Het pand in de Hoogstraat 132, hartje Marollen, werd in 1940 gekocht door een grote Bruegelfan, Frans Heulens, die de restauratie in handen nam. Pieter Bruegel zou het huis bewoond hebben na zijn vertrek uit Antwerpen en zou er enkele van zijn grote meesterwerken hebben geschilderd. Hij stierf er ook op 43-jarige leeftijd.  Hij ligt niet ver daarvandaan begraven, in de Kapellekerk.

De Musea wilden er evenwel geen schilderijen in tentoonstellen (die hangen namelijk in de Koninklijke Musea op het Koningsplein). De bedoeling was om er een ongekende meeslepende museumervaring te creëren. Via een combiticket zou de bezoeker ook andere Musea kunnen bezoeken. Om dit ambitieuze project te financieren, vraagt het Museum geen cent aan de overheid. Het ontvangt immers een financiering van 1,6 miljoen euro van Toerisme Vlaanderen en put 1,1 miljoen euro uit de eigen reserves. Deze fondsen zijn goed gespijsd, want de Musea hebben in de loop der jaren een winst weten te realiseren. Gezien de internationale reputatie van de schilder en de communicatie die rond de 450ste verjaardag van zijn overlijden werd gepland, was het grote succes verzekerd. Het was een project dat geen groot risico inhield, en bovendien geen enkele bijkomende investeringen vereiste.

In plaats van deze kans met beide handen te grijpen, lijkt de Belgische regering bereid die te laten schieten, zich daarbij beroepend op de administratieve omslachtigheid rond het project. Voor de Koninklijke Musea en hun teams, die al jaren aan het project werken, is dit een grote teleurstelling. Maar ook voor Brussel.  Het is niet de eerste keer dat een groot cultureel project wordt afgeremd of zelfs volledig wordt afgevoerd door de regering.  Zo werd vlak na het aantreden van de regering het project rond het Vanderborght-gebouw stopgezet. De stad Brussel wilde het gebouw aan de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten ter beschikking te stellen om er hun collecties moderne en hedendaagse kunst tijdelijk in onder te brengen. Ook het project voor het Amerikaanse theater, dat eigendom werd van de federale regering, werd stilgelegd, terwijl Brussel er een muzikaal knooppunt wilde opzetten (opnamestudio’s, kunstenaarsresidenties, enz.). Deze systematische tegenwerking schaadt het moreel van de teams en de culturele ontplooiing van Brussel en kunnen we dan ook alleen maar veroordelen.

Gerelateerde Artikels