De Stad Brussel creëert twee nieuwe musea!

De rijke collecties van de Stad die momenteel worden bewaard of tentoongesteld in het Broodhuis en het Museum voor het Kostuum en de Kant, krijgen binnenkort een nieuwe bestemming. Ze worden per thema verdeeld over deze twee musea en twee andere nieuwe locaties die eigendom zijn van de Stad, het Patriciërshuis en het Huis van Folklore en Tradities die als museum zullen worden ingericht.

De Stad bezit een aanzienlijk patrimonium. Naast het Paleis van Keizer Karel dat ze samen met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest beheert, de site Bruxella 1238 en het Riolenmuseum beschikt de Stad over twee welbekende stadsmusea: het Broodhuis en het Museum voor het Kostuum en de Kant. Er worden opmerkelijke collecties bewaard en tentoongesteld, maar door plaatsgebrek laat de zichtbaarheid van de stukken te wensen over.

Het Broodhuis lijdt onder een verouderde scenografie. Er worden diverse thema’s getoond die verband houden met het verleden van Brussel, maar die passen niet in een duidelijk historisch parcours van de Stad. Naast enkele hoofdwerken (onder andere de beelden van de Profeten, triptiek, wandtapijt en karton van P. Coecke) vindt men er schilderijen, keramiek, edelsmeedkunst en zelfs de garderobe van Manneken Pis. Het Museum voor het Kostuum en de Kant koppelt dan weer tijdelijke tentoonstellingen rond een bepaalde periode of thematiek aan een interessante maar bescheiden permanente collectie van Brussels kantwerk. De naam van dit museum mag dan historisch verantwoord zijn, voor de hedendaagse bezoeker is hij nog amper begrijpelijk.

Duidelijke keuzes drongen zich op om deze musea te moderniseren en de leesbaarheid ervan te verhogen. Er werd dus beslist bepaalde collecties uit het Broodhuis weg te halen en ze op andere plaatsen tentoon te stellen. Er werd eveneens beslist het Museum voor het Kostuum en de Kant een kleinere permanente collectie te geven en een Modemuseum te creëren dat zal werken met wisselende tentoonstellingen van zijn rijke collecties van de 17e eeuw tot vandaag.

Deze twee beslissingen vereisen een volledige reorganisatie van de collecties en de opening van nieuwe ruimten. De keuze viel op twee gebouwen van de Stad die in de buurt van de twee bestaande musea liggen (Eikstraat). Het Huis van Folklore en Tradities dat plaats vrijmaakt voor de garderobe van Manneken Pis en het Patriciërshuis dat omgevormd wordt tot Museum voor Decoratieve Kunsten. Dankzij die herschikking zal de Stad vier afzonderlijke, duidelijk herkenbare musea hebben in plaats van twee vandaag. Op die manier zal het opmerkelijke patrimonium dat deze collecties vormen beter tot zijn recht komen en een grotere uitstraling krijgen. De musea krijgen een duidelijke invalshoek en zullen de bezoekers aanspreken via overzichtelijke, publieksvriendelijke tentoonstellingen.

De eerste fase van dit ambitieuze project wordt de verhuis van de garderobe van Manneken Pis. Ze verlaat het Broodhuis waar ze momenteel te bezichtigen is, om tentoongesteld te worden in het Huis van Folklore en Traditie dat tot hier toe gebruikt werd voor tijdelijke tentoonstellingen en heringericht zal worden. Op deze plek, op een boogscheut van Manneken Pis, zullen de toeristen meer te weten kunnen komen over ons ketje. Er zullen een honderdtal kostuums worden getoond; de overige worden in het Broodhuis als reserve bewaard. De hele garderobe – meer dan 920 kostuums – zal bekeken kunnen worden op een display in het museum. De focus van het toekomstige museum zal liggen op de kostuums en de folklore van Manneken Pis. De openbare aanbesteding voor de nieuwe scenografie werd eind vorig jaar toegekend. De inrichting kan in de maand mei beginnen, terwijl de opening voorzien is voor begin 2016. Het originele beeld van de fontein van Manneken Pis, een heus meesterwerk van de hand van Jerôme Duquesnoy, blijft te bezichtigen in het Broodhuis en zal worden opgenomen in een historisch parcours van de Stad.

De tweede grote fase bestaat uit het overbrengen naar het Patriciërshuis van de collectie decoratieve kunst die momenteel wordt bewaard in het Broodhuis en van het kantwerk dat tot hier toe in het Museum voor het Kostuum en de Kant werd tentoongesteld. Het Patriciërshuis, een voormalig herenhuis van eind 18de eeuw, werd in 1919 door de Stad aangekocht en moest een onderdeel worden van het Geschiedkundig Museum, gewijd aan de Decoratieve Kunsten. Die intentie bleef echter zonder gevolg. Met de toekomstige herinrichting zal dit mooie pand zijn oorspronkelijke roeping terugvinden. Het gebouw wordt het ideale decor voor deze collecties (porselein, tin, aardewerk, zilverwerk, kantwerk …) die getuigen van de levenskunst van de Brusselse elite rond de overgang van de 18e naar de 19e eeuw. Bestek en voorwaarden voor de werken van het Patriciërshuis worden begin 2016 bekendgemaakt zodat de werken in de loop van het jaar kunnen beginnen. Het toekomstige museum zou de deuren moeten openen in de lente van 2018.

Na het vertrek van de kantcollectie wordt het Museum voor het Kostuum en de Kant tot een Modemuseum omgevormd en verandert het van naam.

De derde fase is de meest ambitieuze. Na de verhuizingen beginnen werken aan de buitenkant van het Broodhuis , aangezien het gebouw toe is aan een grondige renovatie. De binnenruimten en de scenografie worden eveneens herzien. De plaats die vrijkomt door de verhuis van de collecties (ongeveer 370 m²) zal gebruikt worden voor het onthaal van het publiek, voor een shop en voor tijdelijke tentoonstellingen. Het comfort van de bezoekers zal ook verbeterd worden.

Het museum zal zich nauwer toespitsen op de geschiedenis van de Stad op economisch, cultureel en sociaal vlak, via een nieuwe chronologische scenografie die de stadsontwikkeling toont van de middeleeuwen tot nu en enkele verborgen schatten in de kijker plaatst. De opening van het vernieuwde Broodhuis is voorzien voor 2020.

Op die manier zal elke plek zijn eigen museaal discours hebben: het Broodhuis wordt een Museum voor Stedelijke Ontwikkeling, het Patriciërshuis een Museum voor Decoratieve Kunsten, het Museum voor het Kostuum en de Kant een Modemuseum en het huidige Huis van Folklore en Traditie de Garderobe van Manneken Pis.

Daarbij zou het parcours tussen deze vier plaatsen en de archeologische site Bruxella 1238 de vorm kunnen aannemen van een rondleiding rond de Grote Markt, die de stedenbouwkundige evolutie van de Stad van de middeleeuwen tot de 20e eeuw belicht: de gevels van het Museum voor het Kostuum en de Kant dateren van de 17e eeuw, het Patriciërshuis en het Huis van Folklore en Traditie van de 18e eeuw, en het Broodhuis is een voorbeeld van de neogotische architectuur van de 19e eeuw.

Na haar doorslaggevende bijdrage aan de totstandkoming van het Plasticarium (opening in december 2015, aangekondigd in de Newsletter van december-januari 2014) blijft de Stad Brussel investeren in cultuur op een moment dat ze al te vaak stiefmoederlijk wordt behandeld door de politiek. De Stad beschouwt cultuur als een manier voor de bewoners om één te worden met hun stad én als een trekpleister voor toeristen. Een visie die mee aan de basis lag van dit ambitieuze project waarbij twee nieuwe musea ontstaan.

 

Escalieretcarton©MVB MP MCDGlamour J.DEhon (c)

 

Gerelateerde Artikels