Happy birthday, Théâtre de Poche!

Het Théâtre de Poche viert op 17 september zijn vijftigste verjaardag in het Ter Kamerenbos. De feestelijkheden vinden plaats in aanwezigheid van de grondleggers en de huidige vormgevers van het theater. We grepen deze gelegenheid aan voor een ontmoeting met de nieuwe directeur, Olivier Blin, die terugblikt op zijn loopbaan en zijn band met de podiumkunsten.

In 1951 richtte Roger Domani het Théâtre de Poche op in de galerij van de Elsensesteenweg. Van meet af aan ging het theater in tegen de heersende stroming: het bracht werk van nog onbekend, jong talent. Roger Domani reisde onvermoeibaar de wereld rond op zoek naar nieuw talent. In Zaïre maakte hij kennis met zijn opvolger, Roland Mahauden, die er ook op zoek was naar vernieuwing. In 1964 moest het Theater de galerij verlaten. Het was Jacques Huisman die het onderbracht in de kleine zaal van het Théâtre National aan het Rogierplein. Twee jaar later nam het Théâtre de Poche zijn intrek in de lokalen van een petanqueclub in het Ter Kamerenbos. Het nam een vliegende start met een stuk van Peter Hancke, getiteld ‘Insulte au public’. De voeten van het publiek verzonken in de nog natte betonvloer, die niet de tijd had gekregen om uit te harden. In 1967 vond Roger Domani zijn formule “theaterstoelen zijn er om versleten te worden” uit. Het Théâtre de Poche ging toen al voor een actietheater dat hedendaagse thema’s met realisme durfde aan te kaarten.

Vijftig jaar later heeft het Théâtre de Poche nog niets van zijn strijdvaardigheid verloren: Olivier Blin heeft voor dit seizoen niet minder dan 9 militante en vrolijke creaties op het programma gezet. Hoewel hij pas in februari jongstleden de leiding van het Théâtre de Poche overnam, is hij erg vertrouwd met de geschiedenis ervan, omdat hij er al meer dan 10 jaar toe bijdraagt.

Hoe verliep uw loopbaan en hoe bent u in het theater terechtgekomen?

Ik studeerde eerst journalistiek aan de ULB. Ik werkte zo’n 2 à 3 jaar als journalist en moest op een gegeven moment verslag uitbrengen over het conflict in ex-Joegoslavië. Ik ben meegereisd met een Belgische landbouwer die per vrachtwagen aardappelen vervoerde naar dat gebied.  Ik nam het als iets anekdotisch in mijn leven, maar het was veel meer dan dat. Ik werkte uiteindelijk een jaar lang voor de Europese Unie in de vluchtelingenkampen. Nadien heb ik een aantal missies geleid om voorstellingen tot in de kampen te brengen.  Ik ging in die tijd heel vaak naar het Théâtre de Poche, dat vlakbij de ULB lag.  Hierdoor kwam ik in contact met een aantal artiesten en met de directeur. Zij brachten een geëngageerd theater waarin ik me wel kon vinden. En toen ik 24 jaar was, kon ik er aan de slag. Het was toen nog een houten theater. Ik ben er een tiental jaar gebleven; het waren boeiende jaren met een flinke dosis avontuur. Het was een periode waarin we heel veel vrijheid kregen.

Wat deed u daar?

Ik heb me met zowat alles beziggehouden: pers, communicatie, lobbying … Ik heb ook een aantal artistieke keuzes gemaakt en we hebben “Un fou noir au pays des Blancs” met Pie Tshibanda gebracht. We hebben bijvoorbeeld ook de ‘Vaginamonologen’, ‘Trainspotting’, enz. gespeeld. Ik heb me er goed geamuseerd. Maar op een gegeven ogenblik wilde ik echte artistieke keuzes maken.  Op 34-jarige leeftijd heb ik afscheid genomen van het Théâtre de Poche om een structuur op te richten die als opdracht had om een artistieke samenwerking tussen FWB, Afrikaanse landen en Haïti tot stand te brengen: la Charge du Rhinocéros. Die structuur zorgt tegenwoordig vooral voor de productie van voorstellingen. Er is een zekere gelijkenis tussen ‘la Charge du Rhinocéros’ en het Théâtre de Poche. De meeste voorstellingen hadden evengoed op het programma van het Théâtre kunnen staan.  Maar mijn artistieke wortels liggen bij het Théâtre de Poche. Het was bijna vanzelfsprekend dat ik mij kandidaat zou stellen.

Wat hebt u precies op het oog voor het theater?

Ik voel me schatplichtig aan de voormalige directeurs, Domani en Mahauden, die voortdurend god weet waar op zoek gingen naar auteurs die weinig of niet gespeeld werden, om een weinig clangebonden theater te brengen waar jongeren van over heel de wereld elkaar konden ontmoeten. Ik wil dit voortzetten. Ik ben op zoek gegaan naar een reeks auteurs: Marokkanen, Iraniërs, … Ik ben niet de man van de grote omwentelingen of revoluties. Dit theater heeft een geschiedenis van meer dan 50 jaar, het is diep geworteld in een vaste grond die me erg aanstaat. Ik moest dus heel snel, op amper twee maanden tijd, de programmering samenstellen. Het programma sluit aan bij de historiek en de bekommernissen van het theater. Ik heb al een paar reacties in die zin gekregen, de mensen vinden zich hierin terug. Er is continuïteit.

Wat blijft er na 50 jaar over van die erfenis?

Ik hou van de onderwerpen die het Théâtre de Poche aankaart; ik hou van de humoristische benadering die de dingen bij hun naam noemt. Het is het theater van mijn adolescentie, waar ik mijn roeping heb gevonden. Het is een theater met erg weinig codes. Je kunt cultureel ongeletterd zijn en dit toneel toch onmiddellijk begrijpen en voelen, ermee lachen en huilen. Het is een diep menselijk theater dat voor iedereen toegankelijk is. Vijftig jaar, dat is bijna mijn leeftijd. Ik ben hier niet toevallig, het is het enige theater waarvoor ik mijn kandidatuur heb ingediend.  

Wat hebt u in petto voor het seizoen 2016-2017?

Voor dit seizoen hebben we de slogan ‘Wat een geschiedenis (Quelle histoire!)’ gekozen. We trachten hiermee de toestand in de wereld aan te kaarten. Het levensverhaal van mensen boeit me enorm, wat ook tot uiting komt in de programmering. De eerste grote voorstelling is ‘Angleterre-Angleterre’ van de Iraanse schrijver Aiat Fayez. De man woonde in Frankrijk waar hij aan zijn proefschrift filosofie werkte, maar hij moest voortdurend zijn identiteitspapieren voorleggen. Hij is dan ook weggegaan uit Frankrijk. De krant ‘Libération’ heeft hem een vaste rubriek aangeboden waarin hij zijn zwerftocht beschrijft. Ik werd geraakt door zijn persoonlijkheid. De tekst vertelt het verhaal van een mensensmokkelaar die wellicht een ware smeerlap is, maar misschien ook weer niet. Het is een levensreis. Het seizoen wordt een soort van mozaïek waarin de mens centraal staat. Ik wil geen theater brengen dat zich tot enkelingen richt. Het lijkt wel een cliché, maar ik vind het publiek erg belangrijk. Ik wil bovendien de podiumkunst decentraliseren. De voorstellingen zullen op tournee gaan. De scenografie is overigens in die zin opgevat. Alles draait rond het acteerwerk. Internationaal zullen we ook aanwezig zijn in Avignon. Met ‘la Charge du Rhinocéros’ ben ik vaak in het Caraïbisch gebied geweest, meer bepaald in Haïti. We leefden een nomadisch bestaan. Ik werk tegenwoordig op een vaste plek, maar dat nomadische blijft me toch aantrekken.

En voor deze dubbele verjaardag?

Een mooi, groot feest! We gaan eten en drinken; er zal muziek zijn, een fanfare … En ik wilde ook theater brengen. We hebben David Ilunga uitgenodigd, een Congolees schrijver die ik in Kinshasa heb ontmoet. Hij heeft ‘Délestage’ geschreven, een stuk waarin hij met veel ‘rock’n roll’ humor de migratieroute beschrijft die hij eerder toevallig heeft afgelegd. Alle acteurs van het seizoen zullen aanwezig zijn. We wilden jonge artiesten en veteranen met meer dan 40 jaar ervaring in podiumkunsten samenbrengen. Zij komen allemaal hun herinneringen, hun beste momenten vertellen. Het wordt geen historisch verslag, maar eerder een bovenhalen van herinneringen.

Wat is uw mooiste herinnering aan het Théâtre de Poche?

De fantastische voorstelling ‘Les videurs’ en de tournee in de Belgische discotheken, en ook ‘Un certain Plume’ met Philippe Geluck. Théâtre de Poche heeft mij vooral een geweldig Canadees auteur-regisseur leren kennen: Wajdi Mouawad. De Poche heeft hem zijn twee eerste regie-opdrachten toevertrouwd toen hij amper 25 jaar was. Hij is de auteur van o.a. ‘Incendies’ en één van de meest toonaangevende Franse auteurs van vandaag. Théâtre de Poche is altijd bescheiden gebleven en heeft hem nooit geclaimd. Maar het is wel dankzij Théâtre de Poche dat zijn grote persoonlijkheid onder de aandacht kwam.

Hoe zou u Théâtre de Poche met één woord beschrijven?

“Eén woord? Rock!”

17/09 – 50 jaar in het Ter Kamerenbos
16.30 u.: welkom met welkomstdrink
17.30 u.: voorstelling van het seizoen
18.30 u.: aperitief
19.30 u.: lezing-voorstelling van de tekst ‘Délestage’ door David Ilunga, Congolees dramaturg
20.30 u.: “Théâtre de Poche viert” met de fanfare van het Feestcommando, projecties, tentoonstellingen, een bar, reuzenpannen en DJ Doc Lock!

Voor de gelegenheid geniet u een fikse korting op de abonnementen “Promo Happy Fifty!” (één gratis abonnement bij elk gekocht abonnement). En u ontvangt deze meteen!

Meer info

 

 

Gerelateerde Artikels